Voordelen van schenken & vrijstellingen
Voordelen van schenken
Uw erfgenamen kunnen een aanzienlijke besparing van erf- en/of schenkbelasting behalen als u tijdens uw leven (periodiek) aan hen schenkt, waardoor bij overlijden minder erfbelasting verschuldigd zal zijn. Door de progressie in het tarief en de mogelijkheid om de vrijstellingen van het schenkingsrecht te benutten, is het daarnaast vaak voordeliger om geleidelijk door middel van jaarlijkse schenkingen uw vermogen te verminderen. U kunt daarbij overwegen om aan de schenking een uitsluitingsclausule te verbinden. Daarmee wordt bereikt dat het geschonken bedrag privévermogen blijft van uw eigen kind.
Vrijstellingen
Ouders kunnen jaarlijks aan ieder van hun kinderen een schenking doen, zonder dat het kind daarover schenkbelasting verschuldigd is. Voor 2011 kunt u binnen deze algemene vrijstelling maximaal € 5.030,- per kind schenken. Voor kinderen van 18 tot en met 34 jaar mag u eenmalig € 24.144,- belastingvrij schenken. U kunt op basis van een goedkeuring ook van de eenmalig verhoogde vrijstelling gebruik maken als uw eigen kind buiten de leeftijdscategorie valt, maar zijn of haar partner (echtgenoot of geregistreerde partner) nog niet. Als meer geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag dan is het kind over het meerdere schenkbelasting verschuldigd. Over dit meerdere tot € 118.708,- bedraagt de schenkbelasting voor kinderen 10%, daarboven is 20% verschuldigd. De hoge (eenmalige) vrijstelling schenkbelasting geldt per ouderpaar en geldt dus niet per ouder. Ook als de ouders gescheiden zijn, kan de vrijstelling dus maar één keer benut worden. Aan overige personen (zoals bijvoorbeeld kleinkinderen of derden) kunt u jaarlijks onbelast een bedrag van maximaal € 2.012,- schenken. Een bijkomend voordeel voor de schenker om nog schenkingen in 2011 te doen, is dat het bij de schenker de box 3-heffing bespaart. Hiertegenover staat dat de ontvanger van de schenking zijn box 3 vermogen ziet toenemen en dus wellicht (meer) inkomstenbelasting is verschuldigd.
Schenking van € 50.300 aan kind voor eigen woning of studie
Er geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van maximaal € 50.300,- van ouders aan een kind van 18 tot 35 jaar, als het kind de schenking gebruikt voor de aankoop van een eigen woning, de kosten voor verbetering of onderhoud van een eigen woning, de afkoop van een recht van erfpacht, opstal, of beklemming en een aflossing van de eigenwoningschuld. Daarnaast mag de schenking gebruikt worden voor het betalen van de kosten van een studie of een opleiding voor een beroep. De kosten voor een dergelijke studie moeten minstens € 20.000,- per jaar bedragen. Van deze schenkingen moet een notariële akte worden opgemaakt. Als de schenking wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning van het kind moet dat in de akte van levering van die woning worden opgenomen. Als al vóór 2010 gebruik is gemaakt van de verhoogde schenkingsvrijstelling (in 2009 bedroeg deze bijvoorbeeld € 22.760,-), dan geldt er een overgangsregeling. In dat geval kan door een ouder aan een kind voordat het kind 35 jaar wordt, alsnog een eenmalige vrijgestelde schenking van € 26.156,- worden gedaan. Die schenking moet dan wel gebruikt worden voor de aankoop van een eigen woning. De vrijstelling geldt niet als de schenking gebruikt wordt voor een studie of opleiding.
Aangifte schenkbelasting
Als u in 2011 een schenking doet of heeft gedaan boven de algemene vrijstellingen van € 5.030 ,-of € 2.012,- moet u vóór 1 maart 2012 aangifte schenkbelasting doen. Het schenken binnen de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 24.144,- of € 50.300,- moet u ook in een aangifte schenkbelasting aangeven, onder vermelding dat van deze vrijstelling gebruik wordt gemaakt. De Belastingdienst moet immers weten of en zo ja, voor welk bedrag de schenkingsvrijstelling is benut.
Schenkingsobjecten
De meest gangbare schenking is de schenking in contanten. Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld een schenking te doen in de vorm van een overdracht van onroerende zaken, een kunstcollectie of effecten. De schenker hoeft niet per se de macht over het geschonken vermogen te verliezen. Als sprake is van een schenking onder schuldigerkenning, schenking van gecertificeerd vermogen, herroepelijke schenkingen of schenkingen onder bewind, verliest de schenker de macht niet. Een vermogensbestanddeel dat geschonken wordt onder schuldigerkenning, valt in box 3, zowel voor de schenker (als schuld) als voor de begiftigde (als bezitting). Over de schuld moet jaarlijks 6% rente worden betaald. Deze rente speelt in de inkomstenbelasting zowel voor de ontvangende als de betalende partij geen rol. Als de rente niet aan uw kind wordt betaald, dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat het bedrag van de schenking bij uw overlijden door uw kind krachtens erfrecht is verkregen en mist het dus zijn doel. In dat geval is immers alsnog erfbelasting verschuldigd en dat is nu juist niet de bedoeling. Zorg er daarom voor dat de rente jaarlijks wordt betaald en dat u van de schenking onder schuldigerkenning een notariële akte laat opmaken.
Fiscaal partnerschap
Voor echtgenoten geldt een hoge vrijstelling als één van de echtgenoten komt te overlijden. Ook samenwoners kunnen van die hoge vrijstelling gebruik maken maar dan moeten zij wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Slechts de samenwoners die over een notarieel samenlevingscontract beschikken, een gezamenlijk kind hebben of een gezamenlijke woning bezitten, zijn elkaars fiscale partner.
Bij de schenk- en erfbelasting is als aanvullende voorwaarde gesteld dat de samenwoners in het samenlevingscontract een wederzijdse zorgplicht opgenomen hebben. Als de samenwoners op 1 januari 2011 nog geen notarieel samenlevingscontract hebben, maar in de loop van 2011 wel en ze staan op 1 januari 2011 op hetzelfde adres ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie, dan zijn zij toch elkaars fiscale partners voor 2011. Op grond van overgangsrecht geldt voor samenwoners pas vanaf 1 januari 2012 het vereiste dat zes maanden voorafgaand aan het overlijden sprake moet zijn van een notarieel samenlevingscontract. Haast is dus geboden als u in 2011 nog niet aan deze voorwaarde heeft voldaan.
Geld uitlenen aan uw kind
Het kan interessant zijn om uw kind geld te lenen voor de aankoop van een eigen woning of voor een onderneming. Voor de ouder vormt de lening een bezitting in box 3 waarover 1,2% belasting verschuldigd is (ofwel 30% van 4%), maar voor het kind is de lening voor een eigen woning of de onderneming een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box 1 inkomen. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de ouder 4% rendement haalt over de lening aan het kind (dit is het rendementspercentage box 3). Als de ouder een hoger percentage dan die 4% in rekening brengt aan het kind, heeft dit bij de ouder geen gevolgen voor de belastingheffing. Bij het kind is als eigenwoningrente het hogere percentage in box 1 tegen het progressieve tarief aftrekbaar. Het is mogelijk dat de ouder de hogere rente door middel van schenkingen terugschenkt aan het kind. Zorg ervoor dat het kind de rente daadwerkelijk betaalt, anders heeft het kind geen recht op de renteaftrek.
Giftenaftrek
De giftenaftrek wordt per 1 januari 2012 voor bv´s voordeliger in die zin dat de huidige aftrekdrempel van € 227,- komt te vervallen. Daarnaast kan een BV in plaats van de huidige 10% vanaf 2012 maximaal 50% van de belastbare winst als giften in aftrek brengen met een maximum van € 100.000,-.
Verder geldt zowel in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting met ingang van 2012 een extra faciliteit voor giften die gedaan worden aan een culturele instelling. Voor de berekening van het aftrekbare giftenbedrag mogen de giften aan een culturele instelling met 1,25 vermenigvuldigd worden, met een absoluut maximum van € 1.250,-. Dit betekent dat de verhoging van 25% wordt toegepast over maximaal € 5.000,- van de aan de culturele instelling gedane giften. Het is daarom voordeliger om giften aan culturele instellingen door te schuiven naar 2012.
Negatieve giftenaftrek
Het is tot en met 2011 mogelijk om een fiscaal aftrekbare gift aan een algemeen nut beogende instelling te doen onder een ontbindende voorwaarde. Als de gift vervolgens wordt teruggedraaid, leidt dat tot en met 2011 niet tot het terugnemen van de fiscaal aftrekbare gift. Dit gaat per 1 januari 2012 veranderen in die zin dat een negatieve giftenaftrek wordt geïntroduceerd. Een gift die wordt herroepen, moet bij het inkomen geteld worden. Is in het verleden een gift gedaan onder een ontbindende voorwaarde, dan is 2011 het laatste jaar dat de gift zonder fiscale gevolgen kan worden teruggedraaid.
Ondernemingsvermogen
Het kan fiscaal voordelig zijn om ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijk belangaandelen in een eigen bv (geleidelijk) te schenken aan uw kind(eren). De toekomstige waardestijging van de onderneming of de bv komt daardoor (deels) toe aan de kinderen. Daarnaast zal bij overlijden het vermogen van de overledene lager zijn, waardoor minder erfbelasting verschuldigd is. Wordt ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijk belangaandelen geschonken, dan geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de schenkbelasting. Deze vrijstelling bedraagt 100% voor een going-concernwaarde van de onderneming tot maximaal € 1.006.000,-. Als de going-concernwaarde van de onderneming hoger is dan € 1.006.000,-, geldt een vrijstelling van 83%.
Bij gebruikmaking van de regeling, kan de verkrijger bovendien voor de verkrijging van een bepaald deel van het verkregen ondernemingsvermogen gedurende tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de verschuldigde schenkbelasting krijgen. Laat u zich over deze ingewikkelde problematiek en de hierbij te vervullen voorwaarden vooraf goed adviseren.
Inkomstenbelasting
Fiscaal partnerschap voor samenwoners wordt in 2012 uitgebreid
Per 1 januari 2011 zijn slechts de ongehuwde samenwoners die daadwerkelijk op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven en daarnaast over een notarieel samenlevingscontract beschikken, een gezamenlijk kind hebben, zijn aangemeld als elkaar partners voor een pensioenregeling of een gezamenlijke woning bezitten, die het hoofdverblijf is, elkaars fiscale partner. Ook ongehuwde samenwoners die hun huisgenoot hebben aangewezen als gerechtigde tot het partnerpensioen zijn fiscale partners van elkaar. Vanaf 2011 geldt er dus geen keuze meer, als aan één van de voorwaarden is voldaan, is sprake van verplicht fiscaal partnerschap. Als de samenwoners op 1 januari 2011 nog geen notarieel samenlevingscontract hebben, maar in de loop van 2011 wel en ze staan op 1 januari 2011 op hetzelfde adres ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA), dan zijn zij voor heel 2011 toch elkaar fiscale partners.
Het fiscaal partnerschap eindigt vanaf 1 januari 2011 pas als beide echtgenoten op een ander adres staan ingeschreven in de GBA en als een verzoek bij de rechter is ingediend tot scheiding of tot scheiding van tafel en bed.
Per 1 januari 2012 wordt het fiscaal partnerbegrip voor de inkomstenbelasting uitgebreid. Vanaf die datum worden ongehuwd samenwonenden die een of meer kinderen in hun gezin hebben uit een andere relatie, aangemerkt als fiscale partners. Dit worden de samengestelde gezinnen genoemd. Van fiscale partners is dan sprake als zij samen met een minderjarig kind van een van hen op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven.
T-biljet indienen
Bij onder andere vakantiebaantjes kan over het loon of een uitkering feitelijk teveel loonbelasting/premies volksverzekering zijn ingehouden. In dat geval kan het teveel ingehouden bedrag aan loonbelasting via een T-biljet terug gevraagd worden. T-biljetten moeten binnen vijf jaar na het einde van het betreffende kalenderjaar worden ingediend en de teruggave moet minimaal € 14,- (vanaf 2009) of € 13,- (voor de jaren t/m 2008) bedragen. Tot en met 31 december 2011 kunnen de T-biljetten over 2006 en latere jaren nog ingediend worden. Laat uw adviseur vooraf een berekening maken om te voorkomen dat de aangifte onbedoeld tot een te betalen bedrag leidt, in plaats van tot een teruggave.
Aftrekbare onderhoudskosten rijksmonument
De onderhoudskosten van een rijksmonument zijn aftrekbaar. Als u deze woning als hoofdverblijf bewoont zijn bovendien ook de eigenaarslasten en afschrijvingen aftrekbaar. Er geldt wel een aftrekdrempel. Die drempel bedraagt voor een rijksmonument in box 1, 0,80% van de eigenwoningwaarde en 4% van de waarde in het economische verkeer per begin van het kalenderjaar als het rijksmonument in box 3 valt. Met ingang van 2012 wordt de regeling voor rijksmonumenten minder aantrekkelijk. Vanaf 1 januari 2012 vervalt namelijk de aftrek voor eigenaarslasten en afschrijvingen en van de onderhoudskosten is nog maar 80% aftrekbaar. Als voor 31 december 2011 nog onherroepelijke verplichtingen worden aangegaan voor onderhoudskosten en deze uitgaven worden vóór 1 januari 2014 nog gedaan, dan kan toch nog aftrek voor de volledige onderhoudskosten worden gekregen.
Middeling
Als de hoogte van uw belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) over drie opeenvolgende jaren sterk heeft gewisseld is het mogelijk dat u in aanmerking komt voor een middelingsteruggave. Dat houdt in dat het inkomen van drie jaren in gelijke delen over de drie jaren wordt verdeeld. Voorwaarde voor middeling is dat alle drie de aanslagen over de jaren die in het middelingsverzoek zijn begrepen, definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden (geen bezwaar ingediend). Het verzoek tot middeling moet binnen drie jaar nadat alle drie de aanslagen definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden, worden ingediend. Daarnaast geldt de voorwaarde dat een bepaalde drempel (€ 545,-) moet worden overstegen. Elk te middelen jaar mag slechts één keer in een middelingsverzoek zijn begrepen. Reken vooraf het verzoek tot middelingsteruggaaf dus goed door voor welke jaren u een verzoek indient. Soms is het lucratiever om het verzoek tot middelingsteruggaaf uit te stellen en te wachten op een definitieve aanslag van een volgend jaar. Middeling kan ook een leuke optie zijn voor personen die kort geleden hun eerste ‘echte’ baan hebben gekregen en de jaren daarvoor een vakantiebaan of een bijbaan hebben gehad.
(Kleine) hypotheek aflossen
Het aflossen van een kleine hypotheek die nog rust op uw eigenwoning kan interessant zijn. Voor een woning geldt het eigenwoningforfait. Deze bijtelling op uw inkomen verlaagt de aftrek van de hypotheekrente. Als er geen of een kleine hypotheek op uw eigenwoning rust, hoeft het eigenwoningforfait, of een deel daarvan, niet bij uw inkomen geteld te worden. Een bijkomend voordeel van het aflossen van een kleine hypotheek is dat het box 3-inkomen minder zal worden, zodat de aflossing ook nog eens belasting in box 3 bespaart.
Vorm een herinvesteringsreserve
Als u met de verkoop van een bedrijfsmiddel een boekwinst maakt, kunt u belastingheffing uitstellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan op de balansdatum wel een voornemen tot herinvesteren hebben. U heeft dan tot drie jaar na het jaar waarin de reserve gevormd is, de tijd om te herinvesteren. Herinvesteert u niet binnen deze termijn, dan valt de herinvesteringsreserve vrij en is de boekwinst alsnog belast. Een herinvesteringsreserve die in 2008 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2011 benut zijn voor een nieuw bedrijfsmiddel, om vrijval van de reserve te voorkomen. Controleer daarom vóór 31 december 2011 of u nog moet investeren om belastingheffing over de vrijval van de herinvesteringsreserve te voorkomen. Als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn nog worden verlengd. Uw belastingadviseur kan u hierover informeren. De afboeking van de herinvesteringsreserve kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een periode die langer is dan 10 jaar wordt afgeschreven, zoals bijvoorbeeld een bedrijfspand. In dat geval geldt de aanvullende voorwaarde dat bij het vervangende bedrijfspand sprake moet zijn van het in economische zin vervullen van dezelfde functie. Bij de herinvesteringsreserve geldt de minimumboekwaarde-eis die inhoudt dat de boekwaarde van het geïnvesteerde bedrijfsmiddel (of de som van de boekwaarden) na afboeking van de herinvesteringsreserve niet lager mag zijn dan de boekwaarde van het oude (verkochte) bedrijfsmiddel.
Willekeurige afschrijvingen
Startende ondernemers kunnen over hun investeringen tot een maximum van € 301.800,- willekeurig afschrijven. Als de startende ondernemer dat wenst, kan hij in één keer tot op de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan in één keer tot op de ’bodemwaarde’ worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in eigen gebruik bedraagt 50% van de WOZ-waarde. Als door de forse afschrijving een verlies ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 1 in de vorige drie jaren. Ook kan het zijn dat door een optimale willekeurige afschrijving recht ontstaat op een middelingsteruggave. Let er wel op dat door deze afschrijvingen het recht op zelfstandigenaftrek kan vervallen in de situatie dat verlies wordt geleden.
Geef een (zakelijke) beloning aan uw meewerkende partner
Als uw partner meewerkt in uw IB-onderneming is het mogelijk een reële arbeidsbeloning aan uw partner toe te kennen. Deze vergoeding kunt u ten laste brengen van de winst. Bij de partner is de vergoeding belast. Als u voor de inkomstenbelasting in het toptarief (52%) valt, kan een flink progressievoordeel worden behaald. Zeker als uw partner geen of slechts geringe andere inkomsten in box 1 heeft. Er gelden wel een paar voorwaarden. Zo moet het bedrag van de beloning minimaal € 5.000,- bedragen en moet u het bedrag periodiek aan uw partner betalen. Een beloning die lager is dan € 5.000,- is niet aftrekbaar van de winst en niet belastbaar bij de partner. Als u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd, mag de beloning zelfs schuldig gebleven worden. Een andere mogelijkheid in verband met de arbeid van uw partner, is het claimen van de meewerkaftrek. Deze faciliteit wordt toegepast binnen de aangifte inkomstenbelasting en bedraagt minimaal 1,25% en maximaal 4% van de winst. Uw partner wordt in dit geval niet belast voor de aftrek. De aftrek kan worden toegepast als de partner minimaal 525 uur in uw onderneming werkt zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen. Daarnaast moet u zelf recht hebben op de zelfstandigenaftrek. Een andere mogelijkheid is om met uw partner een VOF of een maatschap aan te gaan. Als uw partner als ondernemer kan worden aangemerkt, kan uw partner ook de MKB-winstvrijstelling verkrijgen.
Investeringsaftrek
Investeringen in bedrijfsmiddelen van minimaal € 450,- leidend tot een totaal investeringsbedrag van meer dan € 2.200,- kunnen in aanmerking komen voor de (kleinschaligheids)investeringsaftrek. Deze aftrek kan geoptimaliseerd worden door goed te kijken naar zowel het tijdstip als de hoogte van de investeringen. Als het totale investeringsbedrag in 2011 hoger is dan € 301.800,- is geen aftrek meer mogelijk. De investeringsaftrek geldt ook voor zeer zuinige personenauto's en nulemissieauto's (elektrische auto).
Laatste kans om versneld (willekeurig) af te schrijven
De crisismaatregel waarbij een bedrijfsmiddel in twee jaar (in plaats van in vijf jaar) mag worden afgeschreven loopt af op 31 december 2011. Op investeringen die u in 2011 doet, mag u dus in 2011 en 2012, 50% per jaar afschrijven. Er hoeft niet tijdsevenredig afgeschreven te worden, dus ook op een op 31 december 2011 aangeschaft bedrijfsmiddel, kunt u in 2011 nog 50% afschrijven. Het bedrijfsmiddel moet dan wel voor 1 januari 2016 in gebruik worden genomen. De regeling geldt niet voor alle bedrijfsmiddelen. Zo zijn onder meer gebouwen, software, goodwill en personenauto´s uitgesloten. Zeer zuinige auto´s mogen overigens wel versneld worden afgeschreven. Deze gunstige regeling geldt ook als het bedrijfsmiddel nog in 2011 besteld wordt maar pas in 2012 betaald wordt. Vereist is wel dat het bedrijfsmiddel binnen drie jaar in gebruik wordt genomen.
Wijziging zelfstandigenaftrek in aantocht voor lagere winst
Tot en met 2011 geldt het uitgangspunt nog dat hoe hoger de winst uit onderneming is, hoe lager de zelfstandigenaftrek is. Het maximum van de zelfstandigenaftrek bedraagt in 2011 € 9.484,- en dat bedrag geldt tot een winst van € 14.045,-. Als de winst hoger is dan € 59.810,- bedraagt de zelfstandigenaftrek nog € 4.602.- Deze systematiek gaat wijzigen per 1 januari 2012 in die zin dat een vaste aftrek geïntroduceerd wordt van € 7.280. De aftrek is niet langer afhankelijk van de hoogte van de winst. Ondernemers met een lage winst zullen er daarom in 2012 op achteruit gaan. Het is aan te bevelen om binnen het mogelijke, winst door te schuiven naar 2012 of kosten naar voren halen, waardoor uw winst over 2011 wat lager wordt en uw winst over 2012 hoger.
Verkoop een afgewaardeerde tbs-vordering aan kinderen
Van een terbeschikkingstellingsvordering (tbs-vordering) is sprake als een directeur-grootaandeelhouder een vordering heeft op zijn eigen bv. In tegenstelling tot "normale" vorderingen valt een tbs-vordering niet in box 3 maar in box 1. Dat betekent dat een tbs-vordering onder voorwaarden in box 1 afgewaardeerd kan worden, als de waarde van de vordering lager wordt dan de nominale waarde. In dat geval kan de afwaardering ten laste van het inkomen in box 1 gebracht worden. Deze vordering loopt in de toekomst wellicht weer vol. In dat geval is de opwaardering van de vordering belast tegen het progressieve tarief. Dat kan voorkomen worden als de afgewaardeerde vordering verkocht wordt aan bijvoorbeeld een meerderjarig kind van de directeur-grootaandeelhouder die geen aandelen in de bv heeft. De vordering loopt bij dit kind dan onbelast vol. Dit is niet het geval indien de lening niet onder zakelijke voorwaarden is afgesloten.
Dga mag onbelast rendement behalen op overtollig bv-geld!
De dga moet zakelijk handelen met ‘zijn’ bv. Als de bv niet al haar liquide middelen nodig heeft, zal zij deze liquide middelen op een ondernemersdeposito zetten. Dat levert maar een beperkt rentepercentage op voor de bv. De dga kan op een privéspaarrekening een hoger rentepercentage krijgen dan zijn bv op het ondernemersdeposito. In dat geval kan de dga ervoor kiezen om geld te lenen van de bv en dat bedrag vervolgens op een privérekening te zetten. Zolang de dga maar het rentepercentage vergoedt aan de bv dat de bv anders van de bank zou hebben ontvangen, hoeft over het renteverschil geen belasting te worden betaald. De dga moet in het kader van zekerheid voor de aflossing wel zijn privé-spaarrekening cederen aan de bv.
Doorschuiving voor einde van terbeschikkingstelling bij echtscheiding
De dga die in gemeenschap van goederen is gehuwd en een vermogensbestanddeel, bijvoorbeeld een pand, ter beschikking stelt aan zijn bv of aan de bv van zijn echtgenoot, krijgt te maken met de terbeschikkingstellingsregeling. Bij gemeenschap van goederen wordt het pand vanaf 2011 aan beide echtgenoten voor 50% toegerekend en bij beide echtgenoten valt dit pand in box 1. Als de dga en zijn echtgenoot gaan scheiden en het pand en/of de aandelen worden volledig aan een van de twee echtgenoten toegerekend dan moet de andere echtgenoot met de Belastingdienst afrekenen over op het toerekentijdstip aanwezige meerwaarde omdat de terbeschikkingstelling wordt beëindigd. Vanaf 2012 hoeft er niet meer direct afgerekend te worden met de Belastingdienst omdat een doorschuifregeling voor dit soort situaties wordt geïntroduceerd. De regeling houdt in dat de terbeschikkingstelling kan worden voortgezet zodat niet afgerekend hoeft te worden met de fiscus. Het blijft overigens wel mogelijk om af te rekenen (in geval sprake is van een te realiseren boekverlies). In dat geval moeten de voormalige echtgenoten gezamenlijk een schriftelijk verzoek daartoe indienen bij de Belastingdienst.
Overdrachtsbelasting
Besparing overdrachtsbelasting tot 1 juli 2012
Met ingang van 15 juni 2011 is het percentage voor de overdrachtsbelasting voor (vakantie)woningen tijdelijk verlaagd van 6% naar 2%. Op 1 juli 2012 houdt deze crisismaatregel op te bestaan. Door deze regeling is het nog ruim een half jaar een stuk voordeliger een bestaande woning te kopen.
Overig
Administratie over 2004 kan weggedaan worden
De administratie van uw onderneming moet zeven jaar bewaard worden. Aan het eind van dit jaar kunt u dus de administratie over 2004 en eventueel voorgaande jaren, als u dit nog niet eerder had gedaan, wegdoen. Voor onroerende zaken geldt voor de btw echter een herzieningstermijn van tien jaar. U moet de administratie van onroerende zaken dus langer bewaren dan de zevenjaarstermijn. U heeft deze gegevens misschien nog eens nodig. Permanente documenten zoals notariële aktes, pensioenpolissen, vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst e.d. mogen niet worden weggedaan. Raadpleeg derhalve vooraf uw adviseur.
Ga over op e-factureren
Met ingang van 12 februari 2009 mogen ondernemers hun facturen elektronisch verzenden, zonder nog een papieren factuur uit te reiken. Er geldt slechts één voorwaarde en dat is dat de afnemer moet
accepteren dat de factuur nog slechts elektronisch wordt verstuurd. Op de elektronische factuur moeten dezelfde gegevens staan als op de papieren factuur. Bespaar verzendkosten en ga over op e-factureren!
Controleer VAR telefonisch
Als u iemand inhuurt die een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) heeft, kunt u als opdrachtgever de echtheid van die VAR telefonisch controleren bij het Landelijk Coördinatiepunt VAR van de Belastingdienst. U heeft daarvoor nodig het burgerservicenummer en het VAR-nummer van de betreffende persoon.
Denk aan de versoepelde invordering van belastingschulden
Door de economische crisis zijn nogal wat ondernemers niet in staat op tijd aan hun betalingsverplichtingen ten aanzien van hun belastingen te voldoen. Het is goed te weten dat er naast de wettelijke mogelijkheden, een bijzondere betalingsregeling geldt voor zakelijke belastingschulden. Door de crisismaatregel kan uitstel van betaling worden verkregen voor een langere periode dan 12 maanden vanaf de uiterste betaaldag van de aanslag. De ondernemer hoeft in dat geval geen zekerheid te verstrekken voor het bedrag van de aanslag. De Belastingdienst stelt aan deze bijzondere uitstelverlening wel een aantal eisen. Zo is het bijvoorbeeld nodig dat het betalingsprobleem niet via de zakelijke kredietverlening kan worden opgelost, het betalingsprobleem moet het gevolg zijn van de economische crisis en moet van tijdelijke aard zijn en moet voor een bepaald tijdstip kunnen worden opgelost. De regeling geldt niet voor betalingsproblemen die vóór 2009 zijn ontstaan of die het gevolg zijn van een andere oorzaak dan de economische crisis.
Dienstbetrekking van bestuurders van beursvennootschappen wijzigt
Bestuurders van beursvennootschappen hebben per 1 januari 2012 niet langer een civielrechtelijke dienstbetrekking. Om te voorkomen dat voor hen voor de loonbelasting geen inhoudingsgplicht of verzekeringsplicht zou bestaan geldt vanaf 1 januari 2012 dat bestuurders van een beursgenoteerde vennootschap worden geacht tot de vennootschap in een fictieve dienstbetrekking te staan
© Copyright Fiscaal up to Date
Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden auteur(s), redactie geen aansprakelijkheid




